Den Haag Smart City IoT

5G-Update: Van Den Haag 5G-stad tot een stevig balende Ericsson

door Redactie IoT Journaal20 februari 2019

De komst van 5G, de snellere opvolger van het huidige 4G-netwerk voor draadloze communicatie, brengt niet alleen snellere downloadsnelheden voor de consument. Het is meer dan ‘alleen maar’ een snellere manier om mobiele data van A naar B te krijgen. Het wordt bijvoorbeeld gezien als hét hulpmiddel om grote en complexe IoT-oplossingen zoals zelfrijdende auto’s en slimme fabrieken te faciliteren. Vandaar dat IoTJournaal u op (on)gezette tijden de belangrijkste en meest opmerkelijke nieuwtjes over de nieuwe mobiele standaard brengt. In deze editie: van 5G-koploper Den Haag tot Ericsson’s ongenoegen over de regelgeving in Europa.

‘Oh, oh, Den Haag, mooie stad achter de duinen‘. Als het aan ‘t gemeentebestuur ligt, mag die zin in de bekende lofzang volgend jaar worden aangepast naar ‘snelle en slimme stad achter de duinen’. Een deze week afgesloten contract met operator T-Mobile Nederland moet ervoor zorgen dat Den Haag in 2020 als eerste in Nederland over een 5G-netwerkinfrastructuur beschikt. De telecommer wil overigens in 2020 ook al een landelijk dekkend 5G-aanbod hebben. In de tussentijd moet Den Haag een voorsprong krijgen om zijn ‘smart city-ambitie‘ te kunnen verwezenlijken. Daarvoor zal de gemeente – samen met T-Mobile – een ‘5G Field Lab’ opzetten. Wat dat inhoudt? Wij laten de gemeente Den Haag zelf even aan het woord:

“In dit lab krijgen scholen en bedrijven de mogelijkheid te experimenteren met op 5G gebaseerde toepassingen. Om de toepassingen daadwerkelijk werkbaar te maken op 5G stelt T-Mobile Nederland op locatie 5G connectiviteit en ondersteuning door experts beschikbaar. Ook worden regelmatig 5G-evenementen georganiseerd door T-Mobile’s Future Lab. Geïnteresseerden krijgen hier hulp en ondersteuning bij de ontwikkeling van eigen toepassingen en het testen van conceptontwerp. De gemeente en T-Mobile verwelkomen ook graag andere bedrijven en partners die willen mee denken over nieuwe 5G-toepassingen en de mogelijkheden in de stad.”

Er gloort hoop voor Huawei

De Chinese netwerkleverancier Huawei heeft alweer een tijdje te maken met een negatief sentiment bij diverse nationale overheden. De Verenigde Staten zijn het eerst gekomen met maatregelen tegen de Chinese opmars in de telecomwereld. Reden hiervoor is de zorg dat er zogenoemde ‘achterdeurtjes’ zouden kunnen zitten in de hard- en software van de bewuste fabrikanten. Hierdoor zou een vreemde mogendheid (lees: de Chinese overheid) toegang kunnen krijgen tot cruciale telecomnetwerken. Het Amerikaanse voorbeeld is inmiddels door andere landen gevolgd. Zo hebben de Australische en Nieuw-Zeelandse regeringen laten weten dat de spullen van Huawei en ZTE niet mogen worden gebruikt voor de bouw van 5G-netwerken in hun landen. De Duitse en Noorse overheden delibereren eveneens over een mogelijk verbod op het gebruik van Huawei-producten in nog aan te leggen 5G-netwerkinfrastructuur. In Nederland heeft de regering in november 2018 laten weten dat het een onderzoek instelt naar het beheer van netwerkinfrastructuur door buitenlandse bedrijven, tot dusver zijn er echter nog bevindingen naar buiten gebracht.

Na al die kommer en kwel, lijkt er nu ook een wat positievere toon bij de overheid van een grote afzetmarkt zijn. Volgens een recent bericht in de zakenkrant Financial Times heeft het Britse National Cyber Security Centre, het overheidsorgaan dat de cyberveiligheid in het land moet waarborgen, in een geheim rapport laten weten dat eventuele veiligheidsrisico’s bij de ingebruikname van Huawei-spullen goed is ‘in te dammen’. Dat zou de weg in Groot-Brittannië weer vrij moeten maken voor de Chinese fabrikant. Ook de Nieuw-Zeelandse autoriteiten hebben eerder deze maand aangekondigd dat zij de mogelijke veiligheidsrisico’s van Huawei-spullen opnieuw gaan bekijken. Nieuw-Zeeland maakt overigens deel uit van de multinationale inlichtingen-alliantie ‘Five Eyes‘. De andere vier leden zijn Australië, Canada, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten.

Ericsson baalt van Europese overheden

Voor de Zweedse netwerkleverancier Ericsson is de maat vol. Het bedrijf wil met man en macht zijn 5G-spullen slijten aan de verschillende operators die in Europa actief zijn. En die houden hier en daar de boot wat af omdat zij nog weten of en wanneer zij de benodigde frequenties kunnen verschalken in de verschillende Europese landen. De diverse landelijke overheden zijn daar debet aan: zij houden er allereerst elk een eigen tijdslijn op na voor hun frequentieveilingen. Daarnaast zijn ook de voorwaarden voor die veilingen verre van uniform. Ondanks het feit dat de Europese Commissie de lidstaten herhaaldelijk ‘met klem heeft gevraagd’ om een eenduidig beleid aan te houden op dit gebied. Het ligt dus niet aan de leveranciers van 5G-spullenboel of de operators, maar aan de overheden. Dat stelt in ieder geval de CEO van Ericsson, Börje Ekholm, in een recente blog. “In de afgelopen weken hebben wij dagelijkse berichten gezien waarin wordt gezegd dat Europa achter dreigt te lopen op het gebied van 5G. Het is waar dat er een dergelijk risico bestaat. Maar het is niet waar dat ‘t zou liggen aan de Europese operators. De vooruitgang op dit gebied wordt tegengehouden door het gebrek aan frequentiespectrum, de hoge bedragen gemoeid met frequentie-licenties en de strikte regelgeving. Om een voorbeeld te geven: op dit heeft de meerderheid van de Europese landen nog geen frequentieveilingen gehouden.” Waarvan acte.

 

 

twittergoogle_pluslinkedinmailtwittergoogle_pluslinkedinmail